Jeremy Kloosterman

Jeremy Kloosterman.

jeremy-1.jpg

Wat doe je bij Hemelse Modder?

Ik ben de souschef van Hemelse Modder. Hiervoor heb ik bij andere restaurants gewerkt en via Rick, onze chef-kok die ik nog van school ken, ben ik hier terecht gekomen.

Waarom ben je kok geworden?

Vroeger wist ik niet zo goed wat ik wilde worden. Mijn pa bracht me eigenlijk op het idee toen hij een keer zei: ‘Waarom word je geen kok?’

In het begin van de opleiding moest ik nog wel even wennen maar toen ik in restaurants ging werken, was ik helemaal om. Het combineren van smaken, de creativiteit en de afwisseling maakten me steeds enthousiaster. Je blijft in dit vak altijd op zoek naar nieuwe ideeën. Ik kijk veel kookprogramma’s en zoek het hele internet af. We serveren nu een menukaart maar ik ben in mijn hoofd al bezig met het volgende seizoen.

Wat was je jongensdroom?

Vroeger wilde ik zoals veel jongens profvoetballer worden. Ik woonde toen in Rijswijk en heb altijd gevoetbald met Tom Beugelsdijk die nu bij ADO Den Haag speelt. Ik mocht daar ook een keer op proeftraining maar op een gegeven moment besef je dat een profcarrière er niet in zit. In die tijd had ik een soort tik voor alles wat met het leger te maken had. Ik heb toen nog even overwogen om beroepsmilitair te worden. Maar ik ben heel blij dat ik kok ben geworden.

Hoe kook je thuis?

Thuis kook ik niet altijd en als ik het doe vaak eenvoudig. Maar als ik een paar dagen vrij ben, vind ik het leuk om uitgebreid te koken. Voor mijn vriendin of voor mijn ouders. Ik hou er bijvoorbeeld van een eigen jus te trekken van schaaldieren en dat te combineren langoustines of gamba’s.

Daarnaast maak ik graag curries. De Thaise keuken vind ik echt tof. Dan kook ik veel met gember, laos, kokos en limoenblad. Heerlijke kruiden en smaken om mee te werken. 

Neem je horecatrekjes mee naar huis?

Vooral snel werken zit helemaal in mijn systeem. Als mijn moeder kookt, pakt ze rustig een pannetje en doet ze het rustig aan. Maar bij mij is het snel de pan pakken, direct op het vuur zetten en tempo maken.

Mijn stopwoordje is ‘bon’. Dat zeggen we in het restaurant ook allemaal. Als iemand mij iets vraagt, dan roep je ‘bon’. De taal in de keuken is kort en bonding. Helder en duidelijk. Thuis kijken ze me wel eens raar aan maar ze zijn het inmiddels wel gewend. 

Favoriete gerecht?

Mijn favoriet van ons voorjaarsmenu is de gebakken konijnrillette met kippenleverbonbons. Een mooi gerecht om te maken. We stoven de konijn, maken een lekkere mousse van kippenlever en het krokantje van kippenhuid maakt het af. Leuk om te maken en heerlijk om te eten. 

Favoriet drankje?

Gewoon een biertje.